Geschiedenis

EEN DROOMWANDELING DOOR DE EEUWEN HEEN

DE CULTUURHISTORISCHE WAARDE VAN HET KASTEEL VAN BOELARE

Het omgracht kasteel van Boelare is gelegen ten noord-oosten van de vroegere gemeente Nederboelare aan een bocht van de Dender.

De evolutie kan als volgt worden geschetst :

De beschermde site heeft zich ontwikkeld uit een fortificatie, beheerd door een lokale heer in dienst van de vorst (leenman). De heer verleende dienst op militair als administratief en gerechtelijk vlak (verdediging, heffen van belastingen, rechtspraak). Mettertijd verzwakt het militair aspect en wordt naast de fortificatie meer nadruk gelegd op wooncomfort (reeds in de 12e-13e eeuw) om tenslotte sedert de late middeleeuwen en de 16e tot 18e eeuw het karakter met tuinen en parken aan te nemen, met weliswaar extra-functionele reminiscenties aan het oorspronkelijke versterkt karakter (torens, walgracht).

RESTAURATIE

HERSTELLINGSWERKEN

De situatie van de gevel was in slechte staat. Uitgekankerde stenen werden weggehaald, losse voegen verwijderd. Bij de restauratie werd de oorspronkelijke bouw gerespecteerd. Bekijk alle foto’s stap voor stap..

1200 jaar geleden DOOR DE EEUWEN HEEN

De Baronie omvatte
12 dorpen

1200 jaar geleden, rond 800 na Christus wordt het kasteel in de archieven voor het eerst vernoemd. Meer dan 12 eeuwen bewogen en turbulente geschiedenis, samengevat in het belangwekkende boek van Victor Campen : “La Baronnie de Boulaere” (1930).

Het kasteel was de voormalige zetel van de vrije heerlijkheid, de Baronie van Boelare. De Baronie omvatte 12 dorpen in eigendom met 8 vierscharen of schepenbanken, en was één van de 5 roeden of baarderijen van het “Land van Aalst”.

Even een stukje geschiedenis : vanaf 250 na Christus trokken de eerste Germaanse stammen over de Rijn: Frankische nederzettingen in onze streken. Door verovering, inpalming of verkrijging werden bepaalde vrije Germanen, vrije lieden, eigenaar van een domein zonder dat ze zich tegenover iemand dienden te verantwoorden.

Weldra werd die “heer” de vertrouweling, de ambtenaar van de hormeier die het gezag uitoefende in naam van de Farnkische vorst. Het grafelijk ambt ontstond en na Karel de Grote werd de macht van de graaf sterk uitgebreid, waarbij de plaatselijke “heren” vooral een militaire steun betekenden voor de graaf, maar tezelfdertijd door die graaf beleend werden met eigendommen en titels waardoor de “heer” zijn rijkdom en macht nog zag toenemen.

Zo ook in Boelare : tijdens het leenroerig tijdperk en vooral voorheen door het bestrijden van de Noormannen werd de macht van de plaatselijke heer sterk uitgebreid.

Ter illustratie van die macht en de belangrijkheid van het leen kunnen we het volgende vermelden : de Baronie omvatte 12 dorpen in eigendom met 8 vierscharen of schepenbanken en was een van de 5 roeden of baanderijen van het Land van Aalst (de streek tussen Schelde en Dender). In de raad van Vlaanderen zetelden de voornaamste “heren” wiens kasteel als burcht dienst deed. De vier voornaamste “heren” onder hen verkregen de titel van “Ber van Vlaanderen” – verdediger van het rijk. De vier “Beren” waren de heren van Boelare, Petegem, Eine en Pamele (Oudenaarde). In oorlogstijd volgden zij de graaf en diegenen onder hen met het meeste gezag; verkregen het recht de titel van “baanderheer” te dragen. De baron van Boelare was naast “Ber van Vlaanderen” en “baanderheer” ook één van de drie Denderpairs. Deze Denderpairs vormden samen met de graaf het hoogste politieke en gerechtelijke orgaan van het land. De drie Denderpairs waren de “heren” van Dendermonde, Aalst en Boelare.

Onder de Beren van Vlaanderen was de baron van Boelare wellicht de belangrijkste persoon na de graaf. Dat besluiten we uit het feit door Machantius gemeld, dat het steeds de baron van Boelare was die voogd werd over de zoon, opvolger van de graaf van Vlaanderen, wanneer deze laatste vroegtijdig stierf. De Denderpairs dankten hun macht en de bevestiging ervan, aan de strategische plaats van hun burchten en de voortdurende uitbreiding van hun heerlijkheid, een uitbreiding die ze vooral verkregen dankzij hun militaire prestaties.

Toen Boudewijn VI, Graaf van Vlaanderen, in 1068 op een heuvel op kleine afstand van de grensscheiding tussen Vlaanderen, Brabant en Hengouwen, de nieuwe stad Geraardsbergen stichtte, werden akkoorden gesloten met de heer van Boelare.

ADELLIJKE FAMILIES

ERfopvolging als eigenaar van Boelare

Er werd aangenomen dat het hier ging over “Stefaan, heer van Boelare”. Boudewijn VI gaf aan de heer van Boelare een deel van de vrije onafhankelijke bezitting die hij aangekocht had van Geraard van Hunnegem, in leen, in ruil voor weiden en gebieden die de kleine stad meer leefbaar moesten maken. Boelare werd daardoor in twee gescheiden gedeelten verdeeld, die de benaming kregen van Neder-boelare en Over-boelare. In beide dorpen werd een eigen administratie opgericht. Overboelare werd de belangrijkste gemeente en bleef de benaming Boelare behouden.

Nederboelare werd herverdeeld, het gedeelte ten oosten van de Dender werd bij Onkerzele gevoegd, het gedeelte ten westen van de Dender, “de reep” werd officieel de gemeente Nederboelare. De oude benaming “de reep” werd door de inwoners behouden: voor hen bleef het kasteel te Nederboelare het kasteel van de reep.

Het was Stefaan van Boelare die in 1095 aan de zijde van Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen, de eerste kruistocht meemaakte. In 1140 was Dirk van de Elzas, die het H. Bleod uit Constantinopel naar Vlaanderen bracht, vergezeld van Willem van Boelare. Nicolaas van Boelare huwde met een rechtstreekse afstammelinge van Boudewijn VI van Vlaanderen. Het was diens dochter Aleidis wiens tweede echtgenoot in 1204 te Antiochie sneuvelde tijdens de 4e kruistocht en die in 1228 de abdij Beaupré te Grimminge had gesticht op haar domeinen aldaar. De zoon van Aleidis, Filip van Harnes was constabel (legeroverste) van Vlaanderen.

Verscheidene adellijke families volgden elkaar op door erfopvolging als eigenaar van Boelare : de families “de Fosseux”, “van Reingersvliet”, “van Bouchoute”. De dochter van Maria van Bouchoute, eigenares van de heerlijkheden Boelare, Schendelbeke, Beverweerd en Odijk, bestuurde en leefde te Boelare tot 1525. De dochter van Maria van Bouchoute uit haar eerste huwelijk, namelijk Francisca de Lannoy, huwde in 1531 met Maximiliaan van Egmont, graaf van Buren. Hun dochter Anna van Egmont trouwde in 1551 met Willem van Oranje (Willem de Zwijger, Prins van Oranje-Nassau).

De jaren 1560 tot 1585 waren verschrikkelijk voor Vlaanderen. Ook voor Geraardsbergen dat enorm leed onder de godsdienstoorlogen. Het kasteel van Boelare (eigendom van de aanvoerder van de opstand tegen de Spanjaarden, verblijvende in Holland en Duitsland) werd door de Spanjaarden grotendeels verwoest.

Tussen 1580 en 1585 kwamen 800 mensen om in Geraardsbergen tijdens een pestepidemie.

In 1584 werd Willem de Zwijger te Delft vermoord. De eerste nederzetting in steen bestond uit zweefsteen, niet gekapt, zweefsteen is zandsteen los gevonden vooral langs de Dender en de beken, de zachte delen zijn weggespoeld, de harde kernen blijven over, vandaar de goede weerstand in de tijd. De ommuring van de stad Geraardsbergen was daar volledig in opgebouwd (XIVe eeuw)., zie de overblijvende dierenkasttoren met versiering in speklagen in witsteen en reeds gekapte zandsteen. De volgende fase is het gebruik van gezaagde steen (glad). De zweefsteen is nog zichtbaar aan de dreefkant en behoorde tot de Donjon of vierkante toren, gebouwd rond 900-1000. De kerk van Hunnegem is gebouwd met zweefsteen en dateert van +/-800.

Het kasteel dat we zien op het schilderij van Joos de Monfer de Jonge van rond 1590 is verbonden met de kerk, het kasteel heeft trapgevels, midden in het gouw bevond zich vermoedelijk een koetshuis, rechts het kasteel met vierkante toren (vanaf de 14e eeuw werd buskruit uitgevonden, en gaan we naar ronde torens). In 1641 zien wij de rechter vleugel gerestaureerd met ronde toren, de puntgevel vooraan is in Barok, de binnengevels zijn nog trapgevels, barok is in de mode zoals men kan zien bij de “berus van Amsterdam” te Aalst uit 1610.

Na de brand van 1724 zijn in het rechtse gebouw 3 traveeën bijgebouwd, midden in de gevel zien we hoekstenen, van het vroegere gebouw en de aanbouw. De witsteen kruisramen worden uitgenomen, boven de ramen worden korfbogen gemetst en de ramen verlaagd (om te kunnen zien wie er aanbelt), de onderdorpels worden vernieuwd in blauwe hardsteen.

was Willems oudste zoon, Filip-Willem die aan het Spaanse hof te Madrid was opgevoed, die in 1601 besloot Boelare te verkopen. Een Italiaans edelman, Francisco-Bermardino Cassina kocht het kasteel met zijn eigendommen. Het werd vanaf 1605 heropgebouwd.

De Cassina’s woonden er meer dan 200 jaar. De laatste bewoonster van deze tak, gravin Maria de Cassina, overleed in 1814 en het kasteel werd in 1816 gekocht door de rentmeester en bankier Pierre-Jean Spitaels. Een nakomeling van deze Spitaels huwde in 1870 met Vital Victor Emile du Ry van Steelant. Hun dichter huwde met Victor Campen, de auteur van “La Baronnie de Boulaere” die in 1942 overleed. De familieleden van de Biolley du Ry van Steenlant werden in 1948 de erfgenamen van het kinderloze huwelijk van Victor Campen.

Op 6 januari 1960 werd het kasteel gekocht door graaf Paul de Launoit, na diens dood werd het in 1983 opnieuw te koop gesteld en gekocht door het echtpaar Van Nieuwenhove-Boedt.

Een wandeling doorhen

de architektuur van de baronie

De eerste nederzetting in steen bestond uit zweefsteen, niet gekapt, zweefsteen is zandsteen los gevonden vooral langs de Dender en de beken, de zachte delen zijn weggespoeld, de harde kernen blijven over, vandaar de goede weerstand in de tijd. De ommuring van de stad Geraardsbergen was daar volledig in opgebouwd (XIVe eeuw)., zie de overblijvende dierenkasttoren met versiering in speklagen in witsteen en reeds gekapte zandsteen. De volgende fase is het gebruik van gezaagde steen (glad). De zweefsteen is nog zichtbaar aan de dreefkant en behoorde tot de Donjon of vierkante toren, gebouwd rond 900-1000. De kerk van Hunnegem is gebouwd met zweefsteen en dateert van +/-800.

Het kasteel dat we zien op het schilderij van Joos de Monfer de Jonge van rond 1590 is verbonden met de kerk, het kasteel heeft trapgevels, midden in het gouw bevond zich vermoedelijk een koetshuis, rechts het kasteel met vierkante toren (vanaf de 14e eeuw werd buskruit uitgevonden, en gaan we naar ronde torens). In 1641 zien wij de rechter vleugel gerestaureerd met ronde toren, de puntgevel vooraan is in Barok, de binnengevels zijn nog trapgevels, barok is in de mode zoals men kan zien bij de “berus van Amsterdam” te Aalst uit 1610.

Na de brand van 1724 zijn in het rechtse gebouw 3 traveeën bijgebouwd, midden in de gevel zien we hoekstenen, van het vroegere gebouw en de aanbouw. De witsteen kruisramen worden uitgenomen, boven de ramen worden korfbogen gemetst en de ramen verlaagd (om te kunnen zien wie er aanbelt), de onderdorpels worden vernieuwd in blauwe hardsteen.

De bovenkanten van de kruisramen bevatten de omlijstingshoekstenen die normaal gezien rond afgerond zijn, maar hier vierkant uitgeslepen, om het plaatsen van grote buitenluiken toe te laten. Binnen worden de plafonds vernieuwd en opgeplakt, de schouwen worden vervangen door Lodewijk XV (1715-1774) schouwen uit marmer, de wanden en plafond worden bepleisterd in Lodewijk XVL stijl (1774-1792).

De arduinen deuringang in Lodewijk XVI-stijl worden ook geplaatst en zo krijgt het kasteel het uitzicht dat we nu kennen.

De deuringang en het venster aan het poortgebouw in barok is herbruikt en komt uit het barok kasteel van de periode van Sanderus.

Het poortgebouw bevat verschillende elementen die uit het kasteel Sanderus komen, de wapenschilden zijn weggekapt tijdens de revolutie, er is een gesmede datum aan de sleutelsteen (sluitsteen) van de korfboog uit 1784.

De onderbouw is vermoedelijk van 1610.